‘Ik wil graag dat mensen zich gast voelen’

Samen aan tafel, de gezelligheid opzoeken, even bijpraten – het zijn vaak de kleine dingen die waardevol zijn. Dat zie je ook bij de zogeheten Pannetje Soep-groep in Ermelo. Elke vrijdag komen mantelzorgers naar De Baanveger voor een eenvoudige, maar lekkere lunch. Alles bij elkaar duurt het slechts een uurtje, maar de impact is enorm.

O jongens, de geur van versgebakken brood. Bestaat er iets heerlijkers? Nee toch? Vrijwilligster Arieta bloost als we haar complimenteren. Ze heeft de stokbroden zojuist op tafel gelegd in de keuken van De Baanveger aan de Heidelaan. Samen met vrijwilligster Marjan snijdt ze de witte en bruine broden in dunne plakjes. Lekker voor bij de broccolisoep. Chris – de beheerder van het dienstencentrum - heeft een grote pan klaargemaakt. ‘We hoeven het alleen maar op te warmen’, lacht Arieta.

In een kleinere ruimte zijn de tafels al gedekt. Een bloemetje hier, een roosje daar – alles voor de sfeer. Tegen twaalven stroomt het zaaltje vol. Het zijn vooral oudere bezoekers. Mensen lachen, maken een grapje, schuiven aan. Sommigen komen alleen, anderen samen met hun partner. Ondanks de aanwezigheid van een verslaggever en een fotograaf is de stemming ontspannen. Of wij ook een kopje soep willen? Natuurlijk!

De Pannetje Soep-groep is een initiatief van Welzijn Ermelo. Het idee is eenvoudig: breng mantelzorgers bij elkaar en zorg even voor een fijn moment van ontmoeting. Even weg van huis waar vaak allerlei zorgtaken wachten. Even tijd voor jezelf, vertelt Arieta. Zelf was ze ook mantelzorger, dus ze weet waar ze over praat. ‘Mijn man is inmiddels overleden, maar ik ben blijven komen, omdat ik hier iets kon betekenen. En omdat ik de blije gezichten wilde blijven zien.’

De slingers zelf ophangen

‘Je moet zelf de slingers ophangen’, zegt Marjan. ‘Niemand anders doet het voor je.’ Ze zegt het luchtig, maar het zit diep. Veel mensen aan tafel weten wat het betekent om iemand te verzorgen, of om na een verlies weer een nieuw ritme te vinden. De gesprekken zijn vaak praktisch – over ziekenhuisopnames, de scootmobiel, hoe je een overhemd makkelijker aankrijgt bij iemand die zijn armen nauwelijks meer kan bewegen – maar onder de oppervlakte delen ze iets groters: het zoeken naar verbinding, structuur, houvast. Soms komt het verdriet naar boven. Dan is iemand net zijn partner verloren, of is een gast ineens ziek geworden. Maar altijd is er koffie. En soep. En iemand die even vraagt: ‘Hoe is het nou echt?’

Van soep tot stekjes

Er is een groepsapp, dus als iemand niet komt, meldt die zich even af. ‘En anders bellen we wel even. Gewoon om te checken,’ vertelt Arieta. Er worden ook uitstapjes gemaakt. Laatst nog naar groepslid Paul, die woont aan het water. Of bij Hans, die thuis veel planten heeft en stekjes kon uitdelen. Het gesprek aan tafel gaat alle kanten uit – van de prijs van verse bloemen tot aan rondritten met de motor en spannende biljartpartijen.  

Bezoeker Han vertelt tussen de soep en het brood door dat zijn vrouw enige tijd geleden is overleden. ‘Ik ging met haar mee naar deze groep en toen ik alleen kwam te staan, zei Arieta: Gewoon blijven komen, want dat is gezellig. Dus hier ben ik.’  Op andere dagen eet hij meestal in zijn eentje. ‘Dan prop je voor de tv even een boterham naar binnen en ga je maar weer naar de hobbykamer. Niet heel gezellig.’ 

Paul vertelt dat zijn vrouw ziek is en dat hij bij deze activiteit wat afleiding vindt. De groepsregels zijn duidelijk, zegt hij met een knipoog: ‘We praten hier niet over vrouwen of over geloof.’ De anderen moeten lachen. ‘Typisch Paul, die heeft altijd van dit soort uitspraken’, zegt Jan. 

Mantelzorgers zijn vaak overbelast. Een stuk ontspanning zoeken is belangrijk, vertelt Arieta. ‘Je ziet hier veel ouderen, maar we hebben geen leeftijdsgrens.’ Er zijn ook piepjonge mantelzorgers in Ermelo, weet ze. ‘Daar heb ik het zo mee te doen: die zorgen dan al vanaf hun achtste voor een moeder of broertje. Alle respect hoor!’

Ruimte maken voor contact

Tussen de gesprekken door zorgt Arieta samen met Nel en andere vrijwilligers dat iedereen iets te drinken heeft. Maar wat ze vooral doet, is ruimte maken. Voor contact, voor verhaal, voor ontmoeting. ‘Het moet echt een andere plek zijn dan thuis,’ zegt ze. ‘Ik wil graag dat mensen zich gast voelen.’

Ze kent de gasten bij naam. Ze ziet wie er stil is. En als iemand voor het eerst komt, stelt ze die voorzichtig op het gemak. Er wordt altijd even gevraagd of iemand een soepje mee naar huis wil. En wie het wil, blijft nog even napraten. ‘We hebben geen programma, agenda of verplichtingen. Juist dat vinden mensen fijn. Je ziet elkaar even en dan komen de verhalen vanzelf.’

En waarom Arieta nog altijd als vrijwilliger actief is? ‘Kijk even rond en zie hoe gezellig het is. Dat heb ik niet als ik thuis blijf zitten. Dus ik doe ‘t ook voor mijzelf. Natuurlijk!’