Goed zorgen voor een ander, maar ook voor jezelf

Mantelzorg begint vaak zonder dat je het doorhebt. Je helpt iemand van wie je houdt, doet nog iets extra’s en voor je het weet is zorgen een belangrijk deel van je leven. Arieta, Renske, Harry en Greet weten hoeveel dat kan vragen, maar óók hoeveel het kan brengen. Hun verhalen gaan over liefde en betrokkenheid, maar ook over een vraag die iedere mantelzorger vroeg of laat tegenkomt: waar ligt mijn grens?

Mantelzorger? Arieta de Fluiter (84) had zelf nooit bedacht dat ze er een was. Natuurlijk, ze zorgde voor haar man. En natuurlijk bepaalde die zorg een groot deel van haar dagelijks leven. Even boodschappen doen betekende zo snel mogelijk weer naar huis. Want stel dat er ondertussen iets gebeurde. Ook ’s nachts ging de zorg door. Maar mantelzorger? ‘Ik voelde me niet zo.’

Tot ze zo’n vijf jaar geleden met haar man bij De Baanveger kwam. Ze wilde graag dat hij ook iets zonder haar zou ondernemen. Het echtpaar schoof aan bij het wekelijkse ‘Pannetje Soep’ voor mantelzorgers en degenen voor wie zij zorgen. Toen Arieta hoorde dat er iemand werd gezocht om voor die soep te zorgen, meldde ze zich aan. Ze doet het nog steeds, iedere vrijdag. Haar man is inmiddels overleden, maar Arieta bleef. ‘We lachen heel veel. De een heeft een dol verhaal en de ander zit te huilen.’

Wie zelf langdurig voor iemand zorgt, begrijpt wat een ander doormaakt. Soms is er een praktische tip, soms een luisterend oor en soms is alleen samen soep eten al genoeg. ‘Dan vind ik het heel mooi dat je dat voor mensen kunt zijn.’

Dat verhaal herkennen ze bij Steunpunt Mantelzorg Ermelo. Daar is ondersteuning voor mensen die langdurig voor een ander zorgen. Mantelzorgers kunnen er terecht met vragen, voor advies of gewoon om hun verhaal te delen. Daarnaast organiseert het Steunpunt bijeenkomsten en ontmoetingsactiviteiten, zijn er speciale activiteiten en gespreksgroepen voor jonge mantelzorgers en verzorgt het jaarlijks de mantelzorgwaardering. Zo ervaren mantelzorgers dat ze er niet alleen voor staan en kunnen ze samen kijken wat nodig is om het zorgen vol te houden.  En dat is belangrijk, blijkt uit de verschillende verhalen.

Een ander gezin

Kijk bijvoorbeeld naar Renske Barkema (73). Zij was 25 toen haar dochter Ineke werd geboren met een open rug en een waterhoofd. Ineke is lichamelijk én verstandelijk zwaar beperkt en woonde de eerste zestien jaar thuis. ‘Wij waren eigenlijk een gehandicapt gezin’, zegt Renske. Andere gezinnen gingen met de kinderen naar het bos; bij hen moest altijd worden gekeken wat wel en niet mogelijk was. Renske en haar man kregen vier kinderen en probeerden creatief ruimte te houden voor iedereen.

Toen Ineke ouder werd, kreeg ze een eigen woonplek. Eerst in Hardenberg, later in Putten. Daar woont ze goed, benadrukt Renske. ‘Maar je bent en je blijft mantelzorger.’ Dus ook nu nog regelt ze veel zaken en staat ze Ineke op allerlei manieren bij, vertelt ze. 

Altijd beschikbaar moeten zijn, is niet makkelijk. Het heeft ook invloed op je huwelijksleven, vertelt ze eerlijk. Toch zijn ze er sterker door geworden. ‘Het heeft me gemaakt wie ik ben.’ Hulp vragen is niet haar sterkste kant. Maar toen Ineke door omstandigheden niet bij hun huwelijksjubileum kon komen, kreeg Renske de tip om de wensambulance in te schakelen. Zo kon ze alsnog bij het feest zijn. De hulp van anderen bleek op zo’n moment onmisbaar.

Je rolt erin

Bij Harry (79) en Greet Boonstra (77) begon mantelzorg heel anders. Harry ging in 2008 met pensioen en werd via zijn kerk gevraagd bewindvoerder te worden voor kwetsbare mensen. Dat begon met financiën. ‘Maar er kwam steeds meer bij kijken.’

Voor één man is Harry al sinds 2011 bewindvoerder. Toen tijdens corona boodschappen nodig waren, deden Harry en Greet die. Toen niemand meer maaltijden bezorgde, namen zij dat over. Ging ’s nachts het brandalarm, dan werden zij gebeld. Moest er iets worden geregeld rond een opname, dan kwamen ze in beeld. ‘Je rolt er gewoon in’, zegt Harry. En precies daarin schuilt een gevaar. ‘Je gaat makkelijk over je eigen grenzen heen, omdat een ander het niet van je overneemt.’

Greet herkent dat. Zij verzorgde bovendien Harry langdurig toen hij ernstig ziek was en in een rolstoel zat. Hulp aanvragen? De eerste gedachte was toch: ik doe het zelf wel. Onlangs zorgden Harry en Greet tijdens een vakantie van vrienden intensief voor een echtpaar. Hij kon lichamelijk vrijwel niets meer, zij leed aan dementie. Na afloop had Greet een week nodig om bij te komen. ‘Mijn hoofd was constant bezig.’

Uit de drie verhalen blijkt hoe lastig het kan zijn om zorg uit handen te geven. ‘Je wilt de mensen niet in de steek laten, want ze hebben bijna niemand’, zegt Harry. Arieta kent dat gevoel. ‘Ik ben een boerendochter en ik heb geleerd altijd voor mezelf te zorgen. Alles zelf oplossen.’ Pas toen de zorg voor haar man echt te zwaar werd, regelde ze via de huisarts dat hij tijdelijk in een buurtzorgpension kon verblijven, zodat zij op vakantie kon. Het was nodig om zelf overeind te blijven.

Daar ligt ook een taak voor het Steunpunt Mantelzorg: niet alleen hulp bieden wanneer iemand vastloopt, maar mantelzorgers verbinden, meedenken over praktische oplossingen en helpen ontdekken waar grenzen liggen. ‘Alleen al het uitspreken van wat je doet, kan duidelijk maken hoeveel zorg ongemerkt op je schouders terecht is gekomen’, zegt Renske.

Toch willen ze de mantelzorg beslist niet alleen als last beschrijven. Want waarom blijven ze anders zorgen? ‘De dankbaarheid van de mensen is groot en geeft veel voldoening’, zegt Greet. En dat beamen ze alle vier.