Geschiedenis van Ermelo

Ruim honderd jaar streden burgers van Ermelo voor zelfstandigheid. Tot 31 december 1971 bestond de gemeente Ermelo namelijk uit vijf plaatsen  en negen buurtschappen. Het had een oppervlakte van ruim 21.000 hectare en 39.805 inwoners. Het gemeentehuis stond in Nunspeet. Formeel was op 15 september 1971 de splitsing een feit, maar het duurde tot 1 januari 1972 tot het echt definitief was. Zowel Ermelo als Nunspeet kregen daarbij een eigen, nieuwe burgemeester.

Ruim honderd jaar streden burgers van Ermelo voor zelfstandigheid. Tot 31 december 1971 bestond de gemeente Ermelo namelijk uit vijf plaatsen  en negen buurtschappen. Het had een oppervlakte van ruim 21.000 hectare en 39.805 inwoners. Het gemeentehuis stond in Nunspeet. Als er in het dorp Ermelo een kind werd geboren, moest de vader, hetzij te voet, hetzij te paard naar Nunspeet om het kind aan te geven op het gemeentehuis. Daar was men met een beetje pech de hele dag zoet mee. Met trouwen en aangifte van overlijden was het al net zo gesteld.

Rust in de splitsingsgeschiedenis

In 1899 ging in Ermelo de vlag in top, want de gemeente kreeg een register van de Burgelijke Stand. Voortaan kon men voor bovengenoemde zaken gewoon in Ermelo zelf terecht. Zo kwam er een rustperiode in de splitsingsgeschiedenis. Er volgden decennia waarin de burgers zich verzoenden met hun lot. Af en toe waren er wat strubbelingen, maar verder bleef het rustig. Tot vlak na de Tweede Wereldoorlog. In 1946 peilde het gemeentebestuur bij de Gedeputeerde Staten hoe zij een splitsing zagen. Er moet vooral in 1949 intensief overleg geweest zijn tussen Arnhem en Den Haag. De toenmalige minister van Binnenlandse Zaken mr. F. Teulings zei: ,,Dat kunnen ze daar in Ermelo en Nunspeet nou wel willen, maar wat gaat dat kosten?” Zijn ambtenaren kwamen op een kostenbegroting van fl. 100.000,- per jaar. Via de provincie liet Teulings daarom weten dat dit bedrag indruk op hem had gemaakt. Toch besloot de gemeenteraad door te gaan met de splitsingsplannen.

Baas in eigen huis

Op 24 maart 1953 besloten burgemeester Martens en vier raadsleden om bij de minister op audiëntie te gaan. Er werden nieuwe berekeningen gemaakt en er kwamen veel lagere getallen uit. Het kreeg een vervolg want in 1957 diende minister mr. A. Struijken een wetsontwerp tot splitsing in bij de Tweede Kamer. Veel inwoners dachten toen dat de splitsing aanstaande was, maar feitelijk was men er verder vandaan dan ooit tevoren. In Den Haag wilde men namelijk overgaan tot een herindeling van de gehele Noord-West Veluwe. Als donderslag bij heldere hemel kwam men met het voorstel tot splitsing van de gemeente Ermelo en Nunspeet, om vervolgens Ermelo bij Harderwijk te voegen. Uiteraard was het gemeentebestuur tegen en met alle mogelijke krachten werd het voorstel tegengehouden. Maar het idee zorgde al voor zoveel onzekerheid onder de bevolking dat men besloot een actiecomité op te richten. Om dit kracht bij te zetten tekenden tal van verenigingen en organisaties een manifest. De meeste burgers voelden er niets voor om opgeslokt te worden door de stad Harderwijk. De slogan ‘Liever een bedelaar in Ermelo dan een miljonair in Harderwijk’, een tekst van de Ermelose Lambert Bakker, zei genoeg. Er werd zelfs gemompeld dat als het voorstel niet zou worden teruggenomen, de mensen met een kudde schapen naar het Binnenhof zouden trekken om te protesteren. Samenwerken met Harderwijk vond men prima, maar men wilde baas blijven in eigen huis.

Het wachten beu

Eind 1964 een van de meest bewogen vergaderingen in deze geschiedenis. De raad verzocht de minister om de splitsing van de gemeente niet afhankelijk te stellen van overige plannen tot herziening van de gemeentegrenzen. Men wilde deze zaken los van elkaar zien. De minister werd gevraagd het wetsontwerp van 1957 weer in behandeling te nemen. Op 5 augustus 1969 was men het wachten beu. Men schreef een brief aan minister Beernink waarin men met klem verzocht de parlementaire behandeling over een zelfstandig Ermelo voort te zetten. Beernink zelf maakte in november 1969 een einde aan deze ellende door te besluiten de gemeente Ermelo op te splitsen in twee gemeenten. Hij liet zo ‘een enorme surprise door de schoorsteen zakken’. Burgemeester Langman noemde het genoegdoening ten aanzien van een zeer rechtvaardige wens in beide delen van zijn gemeente. De burgerij heeft hard gevochten voor behoud van de gemeente Ermelo. Formeel was op 15 september 1971 de splitsing een feit, maar het duurde tot 1 januari 1972 tot het echt definitief was. Zowel Ermelo als Nunspeet kregen daarbij een eigen, nieuwe burgemeester.

Tekst: Natalie Overkamp

Ermelo is een oud dorp. We weten dat het tenminste 1150 jaar bestaat. In 855 schonk een rijk man, Folker genaamd, zijn goederen in Irminlo aan een klooster in Duitsland. Lange tijd is gedacht dat het dorp haar naam dankt aan de Germaanse halfgod Irmin. Modernere verklaringen vragen aandacht voor het feit dat Irmin destijds een veel gebruikt voorvoegsel was met de betekenis "groot" en ook voor het feit dat Irmin destijds een normale persoonsnaam was.

Ermelo op de kaart

Lang bleef Ermelo bescheiden dorp. Enkele boerderijen, een kerk, een molen, een herberg, huizen van de predikant en koster en die van ambachtslieden zoals de smid, de kleermaker en de bakker. In de 18e eeuw werd Ermelo beschreven als een "matig dorp, waar men enig bouwland vindt". Halverwege de 19e eeuw veranderde dat. Ds. Witteveen, de predikant van de Hervormde Gemeente, kreeg problemen met de kerkenraad en werd uit zijn ambt gezet. Hij moest natuurlijk de pastorie verlaten. Hij wilde echter in Ermelo blijven, waar hij veel sympathisanten had. Daarom kocht hij een oud huis en bouwde in de jaren daarna onder andere een eigen kerk en een tehuis waar allerlei mensen opgevangen konden worden. Er zijn nog maar enkele tastbare herinneringen aan deze predikant.

Aanleg Zuiderzeestraatweg en komst spoorweghalte

De aanleg van der Zuiderzeestraatweg zorgde er rond 1830 voor dat dit deel van de Veluwe beter werd ontsloten. Vanaf 1882 veranderde er nog meer. Ermelo kreeg een spoorweghalte. Deze lag echter op 1 kilometer afstand van het dorp. De heer Chevallier die op het landgoed Veldwijk woonde, schonk bijna al het benodigde geld voor het station, maar verbond daaraan de voorwaarde dat de gemeente voor een goede weg daarheen zou zorgen. Dat gebeurde en zo ontstond de Stationsstraat. toen was dat nog een weg tussen korenvelden en aardappelvelden.

Oud en nieuw

Enkele jaren daarna veranderde het landgoed Veldwijk in wat wij nu een psychiatrisch ziekenhuis noemen. Nog weer vijf jaar later werd op het afgelegen landgoed 's Heeren Loo een tehuis voor verstandelijke gehandicapten gesticht. Deze instellingen brachten nogal wat bedrijvigheid en werkgelegenheid met zich mee. In de omgeving van het station werden wegen aangelegd en huizen gebouwd. Er ontstond een nieuw dorp dat toepasselijk "Nieuw-Ermelo" werd genoemd. Langzamerhand schoof de bebouwing in oostelijke richting. Ook het oude Ermelo groeide en breidde uit in westelijke richting. Rond 1920 groeiden Oud- en Nieuw-Ermelo aan elkaar. Het postkantoor vormde de verbindende schakel.

Splitsing gemeente

Na de Tweede Wereldoorlog breidde Ermelo zich snel uit. De komst van veel defensiepersoneel en de overal heersende woningnood maakten de aanleg van nieuwe woonwijken noodzakelijk. Eerst werd de voormalige Ermelose Enk bebouwd; later volgden de bebouwing in Ermelo-Oost, Zuid en West en de bebouwing rond de voormalige Schoolweg in Oost. In 1972 deed zich het unieke feit voor dat een gemeente werd gesplitst. De "oude" gemeente werd in twee delen verdeeld: de gemeente Nunspeet en een nieuwe gemeente Ermelo.

Naast de kern Ermelo kent de gemeente de buurtschappen Horst, Telgt, Tonsel, Leuvenum, Staverden, Speuld, de Beek, Houtdorp en Drie.

De Ermelose vlag omvat naast twee banen geel en een baan blauw de afbeeldingen van een witte pauw en van het Maltezer kruis.

De witte pauw

Vanaf het begin van de veertiende eeuw moesten in Staverden witte pauwen worden gefokt. Hun veren werden gebruikt voor het helmbos van de graaf. Ook nadat de graven van Gelre in 1339 de rang van hertog kregen, bleef dit gebruik in zwang. Tot op de dag van vandaag zijn er nog steeds witte pauwen te zien in Staverden. Een bos staartveren in het gemeentehuis van Ermelo en in het provinciehuis in Arnhem houdt de herinnering levend aan die middeleeuwse verplichting.

Het Maltezer kruis

Het Maltezer kruis herinnert aan het voormalig klooster ´St. Jansdal´, dat in 1406 werd gesticht door een commandeur met tien Maltezer ridders. Dit klooster stond in de buurtschap ´s-Heeren Loo. Het klooster heeft in belangrijke mate een stempel gedrukt op Ermelo. De middeleeuwse zorgtraditie zet zich tot in onze tijd voort. Ermelo heeft nu nog steeds enkele belangrijke zorginstellingen binnen haar grenzen. Vandaar dat het Maltezer kruis in de vlag als symbool voor zorg is opgenomen. Dit kruis, dat de ´Souverijne Orde van Malta´ altijd als teken heeft gevoerd, heeft vier armen, zeer smal op het snijpunt en breed op de uiteinden, die uitlopen in twee punten.

Staverden en witte pauwen

In Ermelo ligt het kasteel Staverden en in de geschiedenis van Gelre is dit en bekende naam. Reinoud I, graaf van Gelre, kreeg op 6 juni 1290 van de kapittelkerk van Zutphen het leeneigendom van de helft van zijn opbrengst in erfpacht. Het was een tijd waarin veel heide op de Veluwe tot bouwland werd ontgonnen en graaf Reinoud I vormde het plan om bij zijn hofstede Staverden een stad te stichten. Hiertoe kreeg hij op 16 juli 1291 van koning Rudolf de nodige toestemming en op 25 maart 1298 verklaarde Reinoud I Staverden tot stad en verleende de ingezetenen van toen enige voorrechten. Het plan was te ambitieus: tot een echte stad heeft Staverden zich nooit ontwikkeld.

Sinds het begin van de XIVe eeuw moesten in Staverden witte pauwen worden gefokt voor het helmbos van de graaf en ook toen de graven van Gelre de hertogelijke rang kregen (in 1339), bleef dat in gebruik. Ook vandaag de dag zijn er nog steeds witte pauwenveren te vinden in het gemeentehuis van Ermelo en in het provinciehuis in Arnhem als herinnering aan de middeleeuwse verplichting.

Het Maltezer kruis

Het Maltezer kruis herinnert aan het voormalig klooster ´St. Jansdal´, dat in 1406 werd gesticht door een commandeur met tien Maltezer ridders. Dit klooster stond in de buurtschap ´s-Heeren Loo. Het klooster heeft in belangrijke mate een stempel gedrukt op Ermelo. De middeleeuwse zorgtraditie zet zich tot in onze tijd voort. Ermelo heeft nu nog steeds enkele belangrijke zorginstellingen binnen haar grenzen. Vandaar dat het Maltezer kruis in de vlag als symbool voor zorg is opgenomen. Dit kruis, dat de ´Souverijne Orde van Malta´ altijd als teken heeft gevoerd, heeft vier armen, zeer smal op het snijpunt en breed op de uiteinden, die uitlopen in twee punten.

Herinnering agrarisch bedrijf

Ook is in het wapen een herinnering opgenomen van het agrarisch bedrijf. Ook al is het in betekenis afgenomen, het is ten slotte de oorsprong van praktisch elke nederzetting in Nederland geweest. Daarvoor werd een met een eg overdekt schildhoofd gekozen in de kleuren goud en zwart. De gebruikelijke kroon, dat het wapen siert, dekt het wapen.