Fré Boxen

Je moet maar denken: in het theater zit ik mooi vooraan’

Even pauze. Even naar buiten voor een sigaretje. Het is 2005 als Fré Boxen, een levenslustige ondernemer, opeens alle kracht uit zijn benen voelt wegtrekken. Op dat moment is hij 55 jaar oud. Sportief en nog vol plannen. Maar hij valt omver en komt niet meer overeind. Twee stratenmakers schieten te hulp en bellen een arts. De verschijnselen wijzen in de richting van spierziekte ALS, maar na lang onderzoek blijkt het de ziekte van Lyme. Allemaal het gevolg van een tekenbeet die Fré nooit heeft opgemerkt. Hij is blijvend invalide, moet abrupt stoppen met werken en raakt tevens in een echtscheiding verwikkeld. Ja, het is een rampjaar. Maar de geboren Drent is nuchter en herpakt zichzelf. “Gewoon glimlachen, het kan altijd erger.”

                        Vooral heel belangrijk is, positief blijven denken. Omdenken, niet bij de pakken neerzitten. Jezelf herpakken en het positieve ervan zien.
                    

Zijn verhaal is bemoedigend voor iedereen die een moeilijke periode doormaakt.

Goed, hij heeft zijn opgeruimde karakter mee. “Maar daar kan ik helemaal niets aan doen”, zegt-ie quasi-verontschuldigend. Fré zit rechtop in zijn elektrisch bedienbare leunstoel en vertelt ontspannen. Af en toe een kwinkslag of een plaagstootje. Je merkt gewoon: ondanks de beperkingen is-ie een diepgelukkig mens. “Na die val in 2005 kon ik niet meer zo goed lopen. Vanaf mijn navel tot aan mijn tenen functioneert mijn lichaam moeizaam. Vaak is de ziekte van Lyme met antibiotica prima te behandelen. Maar vermoedelijk ben ik twee jaar eerder al gebeten door een teek. De ziekte heeft mijn centrale zenuwstelsel kunnen aantasten en die schade herstelt zich niet meer. Het heeft wel een paar maanden gekost om dat een plekje te geven. Daarna ging de knop om. Ik zei: het is niet anders, we maken er het beste van.” “Nee, werken lukte niet meer. Ik zat jaren bij de Rabobank, was ook directeur van een vestiging. Later nog tien jaar zelfstandig verder, als adviseur voor bank- en verzekeringszaken. Ik reisde heel West-Europa door, ging veel naar Amerika en sliep doordeweeks in hotels. Alles moest ik stopzetten. Ik heb het vrijwel meteen zakelijk afgehandeld, maar niet lang daarna liep mijn huwelijk op de klippen. Ik woonde in Culemborg en het was alsof ik helemaal opnieuw begon.”

Fré kruipt niet weg in een donker hoekje, maar zoekt juist in die moeilijke periode het contact op met mensen.

Hij wordt secretaris van de stichting Tekenbeetziekte en is vrijwilliger bij tal van organisaties, waaronder Vluchtelingenwerk. In 2008 leert hij via een datingsite Gerrie uit Ermelo kennen. “Ze was sinds 2004 weduwe en twijfelde of ze klaar was voor een nieuwe relatie. Maar na mijn mailtjes sloeg er toch een vonk over. Ja, pats boem, we hadden een klik. Gerrie is wijkverpleegkundige geweest. Ha, nee, daar heb ik haar niet speciaal op uitgezocht. Maar ik had het niet beter kunnen treffen. In het begin wist zij niet dat ik in een rolstoel zat en met beperkingen te maken had.”

Dat Gerrie op zijn pad komt is de ultieme bevestiging dat je altijd hoop moet houden, vertelt Fré

Eerst schrijven ze elkaar, daarna komt het tot een ontmoeting. Inmiddels wonen ze alweer jaren samen, in Ermelo. Fré heeft uit zijn eerste huwelijk drie kinderen, Gerrie vier. Aan de muur hangen foto’s van hun tien kleinkinderen.

“Alles viel op zijn plaats. We kregen in Ermelo een prachtig appartement. Volledig gelijkvloers. Gerrie had heel veel huurpunten. De woning is aan mijn situatie aangepast. Dat kostte wel wat moeite. De gemeente is welwillend, maar de organisaties die hulpmiddelen regelen, begaan allerlei missers. Ja, echt mensenwerk. Je moet zelf regie nemen. Ach, ik ben mondig genoeg en anders Gerrie wel. Het is allemaal gelukt. We zitten dichtbij de hei, waar we vaak een frisse neus halen. Je kan op hete dagen prima in de schaduw zitten. Het is een lot uit de loterij.

Ik zeg vaak: Ik heb de chronische ziekte van Lyme, ik ben chronisch diabeet én ik ben chronisch verliefd op Gerrie. Zij heeft zoveel liefde en vreugde gebracht. De rest doet er eigenlijk niet toe.”

Twee keer per week fietst Fré op de hometrainer en tussendoor zijn er extra oefeningen.

Staan kost veel moeite en zelfstandig lopen is helemaal geen optie. Met de rolstoel moet hij naar de schuur, waar de scootmobiel staat. De rollator heeft-ie voor dringende loopjes naar het toilet. Jaja, het is een heel wagenpark, grinnikt hij.

“Gerrie zegt vaak: ‘Je bent niet opeens een ander mens als je in een rolstoel zit’. Zo is het. Je hebt zelf een keuze of je verandert. Ik leef nu en alles is relatief. De enige zekerheid is dat ik ooit kom te overlijden, alleen weet ik niet wanneer. Weet je dat ik ook nog prostaatkanker heb gekregen? Je krijgt het allemaal gratis en voor niets, maar je moet er het beste van maken. Met mopperen trek je alleen maar jezelf onderuit en als je niet uitkijkt je hele omgeving.”

Fré is gezonder gaan leven. Geen alcohol, gestopt met roken en hij eet koolhydraatarm.

Dat laatste met oog op zijn diabetes. Inmiddels twintig kilo lichter kan hij ook het insulinegebruik met de helft minderen. Over positieve gezondheid gesproken.

“Mijn tip is: gewoon doen. Blijf actief. Ga niet bij de pakken neerzitten. Zeg tegen jezelf: dit is mijn situatie, wat kan ik zelf verbeteren? Een ander kan het je niet geven. Ik ben nu 70 en heb de meeste activiteiten afgebouwd, maar voor Vluchtelingenwerk help ik cliënten bij het aanvragen van verzekeringen en belastingzaken. Ik heb dat werk jaren gedaan en vind het leuk, dus daar krijg ik zelf ook energie van.”

Dat hij rolstoelafhankelijk is, ervaart hij niet als een groot probleem.

“Op straat, als Gerrie mijn rolstoel duwt, beginnen mensen soms tegen haar te praten over mij. Gerrie is daar heel alert op. Ze zegt dan gevat: ‘Hallo, het gaat over hem hè’. Hoe makkelijker je er zelf mee omgaat, hoe makkelijker het ook voor anderen is. Als ik ergens binnen rol en ik heb ruimte nodig, dan zeg ik opgewekt: ‘Ja jongens, ik kan niet anders’. Als je positief blijft, dan gaat alles meer vanzelf. En het heeft ook voordelen hoor…” Met een knipoog: “Je moet maar denken: in het theater zit ik mooi vooraan”.

Naar het overzicht