Ermelose gezichten in coronatijd

De coronacrisis staat voor veel van ons voor een hele moeilijke periode in ons leven. Er zijn mensen ernstig ziek geworden en overleden. Sommige mensen verliezen hun baan. Diplomauitreikingen, familiebijeenkomsten en andere zaken die het leven mooi maken gaan niet door.

Op hetzelfde moment zijn er sinds de uitbraak van corona door het hele land hartverwarmende initiatieven. Nederlanders zijn er voor elkaar. De regering wil samen stil staan bij de gevolgen van de coronacrisis en is 6 oktober een campagne gestart waarin we als Nederlanders ‘aandacht voor elkaar’ hebben.

Ook Ermelo doet mee aan deze landelijke campagne. Daarom plaatsen wij mini-portretjes van Ermeloërs die vertellen wat hen heeft geraakt in deze tijd van corona.

Werknemer Proson Martijn Schoonhoven

Medewerker Proson Martijn Schoonhoven (37) vertelt zijn verhaal. Het coronavirus maakt zijn leven met een visuele beperking veel ingewikkelder.

“Sinds anderhalf jaar woon ik in Ermelo. Ik werk bij Proson en geef voorlichting bij Bartiméus over hulpmiddelen voor mensen met een visuele beperking. Zelf zie ik nog maar 3 tot 4 procent. Op mijn vierde werd RP vastgesteld. Retinitis pigmentosa is een pigmentprobleem in de ogen. Belangrijke onderdelen krijgen te weinig voeding waardoor zwarte vlekken ontstaan. Ook werd het syndroom van Laurence-Moon-Bardet-Biedl geconstateerd. Tussen mijn achtste en tiende ging mijn zicht heel snel achteruit. Daardoor veranderde mijn leven volkomen. Minder vriendjes, minder mogelijkheden. De impact was enorm.”

“Dankzij training kan ik in huis prima mijn weg vinden. Ook bekende routes naar werk, huisarts en kerk zijn geen probleem. Maar sinds het coronavirus is het allemaal ingewikkelder. Ik gebruik mijn mond veel en dan is een mondkapje vervelend. Ik maak klikgeluiden en door de echo kan ik mij beter oriënteren. Dat is nu lastig. Mijn begeleider gaat voor weekboodschappen mee naar de supermarkt. Daar deed een medewerker opeens moeilijk omdat we niet allebei een karretje meenamen. Hij werd later op het matje geroepen door zijn chef, maar ik vind dat vervelend om mee te maken.”

“Je bent door je visuele beperking meer aan huis gebonden in deze periode. Niet iedereen begrijpt dat. Gelukkig rijdt de regiotaxi wel en heb ik sinds september een partner. Zij heeft geen beperking en dat is fijn. Dan kunnen we samen eens een ander rondje wandelen. Dankzij ambulante begeleiding krijg ik thuis hulp met mails versturen en koken. En ik blijf sporten: ik doe veel aan goalball. Dat is geweldig. Op zich valt deze tijd nog mee, voor mij.  Maar bij ouderen en veel andere mensen met een beperking valt het sociale deel weg. Alles zit dicht. Ik vind dat daar meer aandacht voor moet zijn.”

“Ik heb vertrouwen in de toekomst. Niet door mensen of vaccins, maar omdat ik in God geloof.  Daar haal ik alle troost uit. Er is soms een verkeerd beeld over de kerk. Geloof zit in je hart. Het gaat om een relatie. Ik kan met God praten en Hij praat terug door dingen in de natuur, door een lied. Het is zoals de wind: die zie je niet, maar voel je wel.”

Naar het overzicht